Geschiedenis begraven


Begraven door de jaren heen

Begraven was eeuwenlang de enige vorm van lijkbezorging in Nederland. Crematie heeft vooral vanaf eind jaren zestig van de vorige eeuw een flink aandeel gewonnen. De groei is er nog steeds, maar gaat de laatste jaren langzamer. Er is nu een lichte voorkeur voor cremeren. In 2003 werden er voor het eerst meer mensen gecremeerd (50,6%) dan begraven, in 2011 was dit 58,4%.

Begraven in en rond de kerk
     
Lange tijd werd men rond, maar vooral in de kerk begraven. Als het kon, zo dicht mogelijk bij het altaar waarvan de heiligheid af zou stralen op de overledenen. Rond het altaar lagen vanzelfsprekend ook de duurste plaatsen. Hoe verder van het altaar verwijderd, hoe lager de tarieven werden. Zelfmoordenaars en ongedoopte kinderen werden helemaal op afstand gehouden, zij mochten niet in gewijde grond liggen. Door de bevolkingsgroei werd al in de zeventiende eeuw het ruimtegebrek nijpend. Begraven werd er tot dan toe in en rond de kerk, midden in de stad of het dorp. Het begraven in de kerk gebeurde niet altijd even zorgvuldig. Geruimd werd er niet, dus de kerken raakten overvol. Door het herhaald oplichten van de stenen, verzakte de vloer en sloten niet alle grafstenen even goed aan. Het gevolg was dat – afhankelijk van het weer – in de kerken soms een doordringende stank hing.  
     NH kerk wat nu gras is was het kerkhof

Toen er tegen het einde van de achttiende eeuw meer inzicht kwam in het belang van hygiëne en het gevaar van besmetting gingen onder verlichte geesten steeds meer stemmen op het begraven in de kerk te verbieden en de begraafplaatsen naar een plaats buiten de stad te verplaatsen. Het idealisme spreekt uit de benaming van bijvoorbeeld begraafplaats Ter Navolging (Scheveningen) dat in 1779 in gebruik werd genomen. Zelfs na de dood lieten sommige propagandisten zich niet onbetuigd, zoals blijkt uit eengrafschrift ‘Gij die dit leest op deze zerk /gaat in uw leven veel te kerk/ maar als gij dood zijt, blijf er uit/ gelijk hij, dien dit graf besluit’.

Napoleon

In Frankrijk was men op dit gebied al wat verder. Napoleon verbood de kerkbegrafenissen in 1804. Na de inval van de Fransen werd ook in Nederland het begraven in de kerk officieel verboden. Maar het oude gebruik bleek zo sterk geworteld in de Nederlandse uitvaartcultuur, dat het besluit na het vertrek van de Fransen in 1813 direct weer ongedaan gemaakt werd. Pas in 1829 vaardigde koning Willem I opnieuw een verbod uit. Nieuwe begraafplaatsen moesten voortaan buiten de bebouwde kom worden aangelegd, maar er werden nog lange tijd ontheffingen verleend. Tot na het midden van de negentiende eeuw werd er in Amsterdam nog in kerken begraven. Door de groei van de steden werden veel begraafplaatsen overigens al snel weer door de bebouwing ingehaald en omsloten.  
         Napoleon 1769 - 1821
Groene oases

Zeker in de steden zijn begraafplaatsen daarmee groene oases geworden. Wie wel eens een begraafplaats bezoekt,
merkt direct de andere sfeer die er heerst. Ook al raast even verder het verkeer voorbij, de indruk van serene rust
overheerst. Misschien is het de nabijheid van de doden, of anders de afwezigheid van levende mensen, want veel
bezoekers zijn er niet. Het bezwaar dat sommigen tegen begraven hebben – het zou zo’n groot beslag op de beperkte
ruimte leggen – houdt geen rekening met wat een begraafplaats kan zijn. Begraafplaatsen hebben een bredere functie
dan alleen een dodenakker. Veel begraafplaatsen zijn tegelijk parken met een grote natuurwaarde.
Zeker nu ook de regels voor de beplanting versoepeld worden, neemt de diversiteit in flora toe.

      
                                                                                           Maria Rust

Ruimen

Op zichzelf valt het ruimtebeslag van begraafplaatsen mee. Er worden jaarlijks ruim 58.000 mensen begraven. Als zij allemaal een eigen graf zouden krijgen van gemiddeld een bij twee meter, nemen zij een oppervlakte in beslag van 116.000 vierkante meter, oftewel 0.116 vierkante kilometer. Dat is een terrein van ongeveer 340 bij 340 meter. Dus zo veel terreinwinst boeken de doden ook weer niet. En in werkelijkheid wordt niet elk graf op een maagdelijke plek aangelegd. Er worden regelmatig oude graven geruimd. In een grote trommelzeef worden aarde en stoffelijke resten gescheiden. Die resten worden op een aparte, vaak afgesloten plaats begraven, of dieper in hetzelfde graf herbegraven, waarna het graf opnieuw gebruikt wordt. Met een tekort aan capaciteit zullen begraafplaatsen daarom voorlopig nog niet te kampen krijgen.

Bron: Jasper Enklaar Onder de groene zoden. De persoonlijke Uitvaart (Alpha 1995). Aanvulling: BDK Media, maart 2011.
Foto's: Kerkhof NH-kerk
Napoleon
Maria Rust
riliwiki.nl.
nl.wikipedia.org.
Fotocollectie Rina van der Veld.
E A F B G G C D